De draken van de Wilde Regenlanden zijn niet langer de machtige wezens van weleer. Vliegen kunnen ze niet meer. Hun cocons, die vanwege hun toverhout zeer gewild zijn, komen vaak te vroeg uit en de nieuwgeboren draken missen bovendien de intelligentie en het scherpe instinct dat hun ras eigen is. Ook met Thymara, een meisje van de Wilde Regenlanden van zestien jaren jong, is iets mis " dat wil zeggen, volgen haar omgeving. Ook zij wordt in fysiek opzicht getekend door de vloek die blijkbaar op de Wilde Regenlanden rust. Haar moeder beschouwt haar zelfs als een last. Gelukkig houdt haar vader zielsveel van haar. Samen oogsten ze het voedsel en de handelswaar die zich in de boomtoppen van de wildernis bevinden. Hoog in de bomen, want de bodem van het woud is het terrein van de draken, die in toenemende mate agressief gedrag vertonen en zodoende gevaar opleveren voor de menselijke bevolking. Als de Hoge Raad van de Wilde Regenlanden besluit de draken naar de jachtgronden stroomopwaarts van de rivier te drijven, meldt Thymara zich vrijwillig aan als drakenhoeder. Ze verheugt zich op de lange tocht. Ze weet echter niet dat de Raad niet alleen hoopt van de draken verlost te worden, maar tegelijk van de minst gewenste menselijke bewoners. Onder wie Thymara...
|